Wat kunnen we leren van Lean op school?

Dr. Jay Marino, spreker op het Lean Event 2014, helpt basisscholen Lean te gebruiken. Maar liefst meer dan 100 scholen in Nederland passen Lean al toe. Bij alle scholen geldt: samenwerken is de basis van alles. En het werkt! De kinderen hebben meer plezier en boeken betere resultaten. Wat uiteraard zorgt voor tevreden leraren, kinderen èn ouders. Wat kunnen we leren van dit schoolvoorbeeld?

 

Foto: Maud Fontein


Het begint met leiderschap
De eerste opdracht is voor alle betrokkenen dezelfde: toon leiderschap. Dat geldt niet alleen voor de leraren, maar ook voor de ouders en zelfs de leerlingen zelf. Het begint met het bepalen van de richting. Wat willen we bereiken? Het klinkt misschien vreemd, maar hoe vaak maken we niet mee dat doelen, belangen en verwachtingen tegengestelde kanten op wijzen? Bepaal de richting, spreek af dat je er met z’n allen naartoe gaat, hang daar alle doelen aan op en plak er acties aan vast.

Plannen slagen als iedereen ze kan zien
Een logische volgende stap is het vastleggen van alle geformuleerd uitgangspunten in een plan. Stop dat plan nou eens niet weg in een lade, maar formuleer alles bondig: de missie, visie, waarden, doelen en acties. Zet het op een vel papier en hang het op. Bij voorkeur op een zichtbare plaats, zodat iedereen het kan zien en zodat een ieder die een rol speelt zijn eigen rol herkent. Marino: “Start with Shared Leadership and a culture of collaboration!”

Concrete doelen worden sneller gehaald
Met de gezamenlijke geformuleerde missie in gedachten bepalen de scholen welke doelen ze willen bereiken. Marino: “Die doelen zijn altijd smart. Dus: meetbaar, zo concreet als mogelijk.” En ook hier geldt: laat zien wat je van plan bent, hoe je dat gaat bereiken en wat je voortgang is. Hoe concreter de doelen, hoe duidelijker de status en de voortgang. Dat geldt trouwens voor zowel de docenten als de leerlingen! In iedere klas is een datamuur ingericht, waarop te zien is hoe het staat met de doelen van de klas.

Jong geleerd is oud gedaan
Marino benadrukt de waarde van een ‘classroom learning community’. Hoe vroeger je kinderen laat wennen aan een verbetercultuur, hoe meer het energie oplevert op latere leeftijd. Die verbetercultuur begint al door de missie van de school of van de klas direct naar de leerlingen te brengen, bijvoorbeeld met een tekening over de missie die ze in de klas ophangen. Iedere dag wordt hen gevraagd wat er goed ging en wat er morgen beter moet. De leerlingen krijgen hiermee een stem in het resultaat.

Raise the bar!
Het gebeurt wel eens dat klassen de doelen eerder behalen dan gepland. De docenten merken dat dit echt een feestje is voor de kinderen. Maar dat het ook meteen aanleiding is om de meetlat te verleggen, want als ze dit doel zo snel konden halen is er ruimte voor meer uitdaging. De docenten overleggen met de kinderen wat het nieuwe doel moet worden.

Verbeteren kan iedereen
De rode draad in Marino’s verhaal: iedereen doet mee aan verbeteringen, in een sfeer van goede samenwerking. Als zowel de schooldoelen verankerd in het strategisch plan, de klassendoelen hierop aansluiten, de portfolio’s van alle kinderen daarmee in verbinding staan, werkt iedereen in dezelfde richting. Dat zorgt uiteindelijk voor blije kinderen met verbeterde resultaten en tevreden ouders.